Goed nieuws

30 september 2019: Hongarije: Syrische Ahmed H. eindelijk vrij
Op 28 september mocht Ahmed H. eindelijk naar zijn familie terugkeren. De Syriër werd in 2015 in Hongarije opgepakt en onterecht veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf. Dat hij weer bij zijn gezin in Cyprus is, is een enorme opluchting, maar hij had nooit veroordeeld mogen worden.
In september 2015 stond Ahmed H. voor een gesloten grensovergang tussen Servië en Hongarije. De op Cyprus woonachtige H. vergezelde zijn ouders en andere familieleden die Syrië waren ontvlucht en in Europa een veilig heenkomen zochten. Aan de grens braken rellen uit. Hij riep de menigte via een megafoon op kalm te blijven tijdens een confrontatie met de politie, en eiste de doorgang. Ahmed H. werd gearresteerd.
Ahmed H. gaf toe enkele stenen te hebben gegooid. Op 30 november 2016 werd hij tot 7 jaar gevangenisstraf veroordeeld, een straf die later werd teruggebracht naar 5 jaar. Volgens het Hongaarse Openbaar Ministerie probeerde hij de autoriteiten te dwingen de grens te openen. De aanklagers interpreteerden dit als een ‘terreurdaad’. De Hongaarse overheid gebruikt vaker de antiterreurwet waar die niet voor bedoeld is: om vluchtelingen en migranten buiten de deur te houden.
Amnesty International voerde uitgebreid actie voor H. Meer dan 27.000 actievoerders wereldwijd riepen de Cypriotische autoriteiten op hem terug te laten keren naar Cyprus. Op 28 september gebeurde dat eindelijk. Net op tijd voor de tiende verjaardag van zijn dochter.

25 oktober 2019:  Vrijspraak voor Poolse vrouwen
In Polen zijn op 24 oktober 2019 veertien vrouwen vrijgesproken van het ‘verstoren van een demonstratie’. De openbaar aanklager kan nog wel tegen de uitspraak in beroep gaan.
De vrouwen hadden vreedzaam gedemonstreerd tijdens de jaarlijkse viering van Onafhankelijkheidsdag op 11 november 2017. Die viering trok veel mensen die fascistische en racistische symbolen bij zich droegen en om een ‘wit Polen’ vroegen. De vrouwen protesteerden hiertegen met een spandoek met de tekst ‘Stop fascisme’. Andere demonstranten waren hier woedend over en vielen de vrouwen aan.
Enkele maanden later werden de vrouwen aangeklaagd. Ze werden ervan beschuldigd dat ze de demonstratie hadden verstoord. Ze kregen hiervoor een boete en moesten de kosten van de rechtszaak betalen. De mensen die hen hadden aangevallen werden niet vervolgd.
De vrouwen dienden hiertegen een klacht in. Maar de openbaar aanklager wees die klacht af. ‘De plekken van de verwondingen (op de benen, achterwerk en polsen) en de aard ervan (blauwe plekken, geschaafde plekken en ontvelde huid) laten zien dat de aanvallers zich op minder belangrijke lichaamsdelen richtten,’ liet de openbaar aanklager weten. ‘Daarom kan niet hard gemaakt worden dat de aanvallers de slachtoffers in levensgevaar wilden brengen.’